tekst

OVER DE VERSCHILLENDE BOEKEN >


Julie Lesenne maakt ruimtelijk werk en schrijft. In haar werk behandelt ze de manieren waarop artefacten betekenissen vasthouden en doorgeven. Met gevoel voor tactiliteit, gebruikt ze een verscheidenheid aan materialen en vormen. Kleuren en verfstoffen functioneren als sculpturale onderdelen.

Geïnspireerd door dragers en de invloed op wat zij dragen, heeft zij een bijzondere voorliefde voor containers. Containers functioneren in haar werk als meetlat, zij zijn er de platvormen en tegelijk de voorwerpen.


“Containers zijn een soort nietsen in mijn ogen. Enerzijds zijn ze voor mij het ultieme teken voor organisatie en het naar mijn hand zetten van de dingen – mijn huishouden. Anderzijds zijn ze het samenvallen van metafoor en wereld – en dus het wegvallen van metaforen voor mij, het oplossen van denkconstructies”

“Weersomstandigheden zijn voor mij de ultieme drager (niet de aardbol)”

Julie Lesenne (Gent, 1990) werkt in Oostende en Ronse. Ze studeerde wijsbegeerte en schilderkunst aan UGent en aan LUCA School of Arts Gent.

Christine Decubber






Over mijn manieren

“Met mijn activiteit probeer ik te bevatten wat er al was, ik gebruik geen stoffen om een idee uit te werken. Alsof je het geheel op zoʼn manier kan organiseren dat er iets duidelijk wordt. Ik beschouw mijzelf als een antropoloog die de redeneringen onderzoekt die mensen hebben wanneer ze voorwerpen maken, en ik onderzoek door wat die mensen doen na te bootsten. Ik voel mij vaak dr. Frankenstein in het atelier.

De artefacten die mij bezighouden hebben vooral te maken met afbeelden. Ik ben geïnteresseerd in het moment waarop een valse smurf of een reproductie, een eigenheid verwerft. Ik vertel mijzelf dat een afbeelding, een symbool of een redenering altijd concreet is, ik probeer er voor te zorgen dat ik geen onderscheid moet maken tussen concreet en abstract.

Ik vind dat mijn werk mag bestaan uit ideeën en vormachtige vormsels. Een woord heeft een fysische realiteit, uitgesproken, neergeschreven of gezongen. Maar een vorm is voor mij hetzelfde als een woord. Een vorm heeft een woordelijke kwaliteit.

Vormkracht is volgens mij sowieso de oorsprong van iconografie, zoals woorden een ontologie hebben, zo ontstaan ook symbolen. Dat initiële moment waarop iets voor iets gaat staan, voor iemand alleen of voor iedereen, dat wil ik graag kennen.

Iconen bij het weerbericht, bij de dagen van de week, dat zijn samenvattingen van een omgeving. Ideeën zijn dat ook.

Om concreet te zijn, moeten de valse smurfen zelf ook producten worden die uit een groter verhaal resoneren of erdoor worden gedragen, maar ze moeten steunen op zichzelf. Ik zoek naar een zekerheid die ongebonden is (een zwevende zekerheid).

Vgl. met een ingepakt cadeau, dat zich op een tafel bevindt in een living. Je voelt gemakkelijk dat het er niet altijd zal staan, dat het daar niet meer echt thuishoort – een soort ongebonden atoom. Het cadeau zal worden weggeschonken of geopend. Toch is het geen apart te overschouwen ding, maar een deel van een groter verhaal (de jarige, de situatie en de voorkeur van de koper en zo) maar toch is het tijdelijk, het zal misschien naar een ander huis worden verplaatst (het wordt meegenomen in een auto, waar ook wordt besproken wie het zal overhandigen.) Het cadeau kan ook plots van twee mensen afkomstig zijn. Die eigenschap kan er zeer eenvoudig, met één uitspraak aan worden toegevoegd. Het zit zeer inzichzelf geklapt, maar ontleent zijn niet-opgaan-in-een-omgeving toch aan die omgeving. Ik zou graag geheimen prijsgeven en publiek maken wat graag privé blijft.

Ik denk dat mijn werken gaan over hoe we met dingen omgaan, dat voorwerpen hun omgangswijzen kunnen uitspreken. Soms lijkt het zo cirkelachtig voor mij. Ik doe iets met of wat de voorwerpen van mij vragen en dat schijnt banaal omdat ik nadoe wat anderen er normaal gezien mee doen omdat die voorwerpen daarom zo gemaakt zijn. Maar vaak gebruik ik ze tegendraads, soms komt het beter naar voor wat ze zijn als ik ze misbruik. Of ik onderneem acties die mensen doen op andere dingen, bv beschilderen of wassen. Zo vallen eigenschappen mij op: dat papier niet waterbestendig is, dat een curverbox op armspierkracht is gebaseerd en dat je er spullen in kan leggen, maar dat je het niet kan vullen met water.

Is dat minimalisme verhelderend, een presentatieoptie, of zichtbaar maken? Of groter maken, een onderdeel ruimte laten innemen? Primitiviteit of een terugkeer op mijn stappen? Of een soort verabsolutering, dat hangt samen met verheldering en presenteren. Of is het therapie?

Mijn methodes zijn: valse smurfen of boze tweelingen maken en mij voorstellen dat een werk een situatie is in plaats van een voorwerp. Ik voeg woorden toe waarmee ik de spanning tussen beeld en interpretatie tracht op te drijven zodat er met mini verschuivingen een soort klikken van juistheid is, zonder dat je voor 100 percent zeker kan zeggen waarom dat zo is. Ik ben geïnteresseerd in het zoeken naar de oorsprong van het herscheppen van betekenis, met vorm en woordelijke tegelijk.

De werken tonen zich als een eenvoudig voorwerp voor het een veelheid aan reflecties aanneemt. Iets verschijnt om uiteindelijk te worden herkend als … Maar ondertussen roept het een resem aan betekenissen en associaties en symbolen op, en dat primitieve moment waarop voorwerpen woorden worden.

Er is een historische of literaire resonantie in het geheel van de namen, texturen en woorden. Er zit op magische wijze DNA in. Ik vraag mij steeds af hoe die transponering werkt: Is er een cultuurhistorische wolk die verbindt of worden de werken ontcijferd (gelezen)? Communiceren de voorwerpen via pelletjes die we kunnen lezen? Er lijkt een genese van betekenis bij die voorwerpen naar biologisch model, maar dan een biologie van de goden.

Voor mij zijn de werken talig, als een woord dat gecorrodeerd heeft, niet neergeschreven is, maar wel ingepakt is. Ze mengelen conceptuele en formele associaties en zijn iets tussen metafoor en figuratie, maar zijn uiteindelijk lijven – daarom heten ze soms Semaforen. Ze zijn eigenlijk niet zo verhalend, ondanks de figuratieve ervaring en hun kleur.

Soms sediment van sfeer en wellness, in het beste geval versteend licht (zoals neergeschreven woordjes)

Zo zijn ze geheelachtig, maar het lijkt soms een collage omdat er een onderlinge spanning tussen delen moet zijn. Dat is de elektriciteit die nodig is om met een toeschouwer te kunnen praten (met zeer evenwichtige mensen kun je ook niet zo goed praten, voor een goed gesprek moeten ze eerder iets aan het verteren zijn) Ik ervaar het atelier soms als een puzzel van stukken volledigheid, waar ik de situatie een beetje forceer.

Ik ben gefascineerd door alle dragers van ideeën, beelden, geschiedenis, onderzoek, herinneringen, … Huizen zijn voor mij als iemands bevattingsvermogen, ik hou mij graag bezig met de link tussen begrijpen en gedijen. Archiefsystemen werken steeds op locatie en geen enkel denksysteem is volgens mij transcendent of dragerloos, zelfs niet ideeën. Enkel gronden kunnen zweven.

Weersomstandigheden zijn voor mij de ultieme drager (niet de aardbol)

Liefst selecteer ik materialen die een onderdeel zijn van mijn omgeving. Dagelijkse activiteiten zijn handig om te bekijken, door hun proximiteit en hun relatie tot je gestel en gedachten-structuren. Ik heb een voorliefde voor containers; het idee van een container functioneert in mijn werk als meetlat. Elke opsluiting is een container, is een grens maken of een marginalisering, maar ook een platvorm. Containers zijn een soort nietsen in mijn ogen. Enerzijds zijn ze voor mij het ultieme teken voor organisatie en het naar mijn hand zetten van de dingen – mijn huishouden. Anderzijds zijn ze het samenvallen van metafoor en wereld – en dus het wegvallen van metaforen voor mij, het oplossen van denkconstructies.

Ik ben gefascineerd door het idee dat als er geen essenties zouden zijn, alles eigenlijk container is en dus niets dat is, dat er geen structuur meer is als er geen dingen zijn om in die structuur een positie in te nemen. Ik voel mij zeer aangetrokken tot redeneringen die zichzelf oplossen of beter gezegd cirkels zijn. “

Julie Lesenne



OVER DE VERSCHILLENDE BOEKEN


Boek 1 tas

  • homologisch, maar interessante 2-vorm
  • vloeistoffen en vijvers

boek 2 maan

  • imaginaire, verkeerde vorm
  • de maan wordt van zodanig ver gezien, dat ze bijna tweedimensionaal schijnt,
  • een handzame reproductie kan dus snel verkeerd zijn (sikkelvormig voorwerp)

boek 3 boeken

  • drager voor imaginaire dingen
  • specifiek gewicht

boek 4 envelop

  • over communicatie, maar eerder gewichtloos

boek 5 cadeau

  • een kruispunt tussen personen wanneer het cadeau wordt overhandigd
  • een kruispunt tussen twee linten of een strik

boek 6 doos

  • een container
  • een belofte

boek 7 sokkel

  • een uitwendige doos
  • een fluostift 

boek 8 sculptuur

  • semiotiek
  • Frankenstein

boek 9 fles

  • eventueel onnodig
  • huiselijkheid.

De overgang tussen de boeken bepaald de volgorde (mogelijks verschillende overgangen)

Verschillende onderboeken: maantas, boektas, brieftas, cadeautas, doostas (cfr. doos voor een blik), sokkeltas, standbeeldtas, flestas, maanboek, maanbrief, maangeschenk, maandoos, maansokkel, maansculptuur, maanfles, boekbrief, boekgeschenk, boekdoos, boeksokkel (veelvoorkomend), boeksculptuur (bv. maanboek), boekfles, briefgeschenk, briefdoos, briefsokkel, briefsculptuur, geschenkfles, geschenkdoos (dubbelheid), geschenksokkel, geschenksculptuur, geschenkfles, sokkeldoos (paradox), standbeelddoos (= geheim), flesdoos (probleem met vochtbestendigheid), smokkelsculptuur (ondermijning of arcering), sokkelfles (drijven, welness), flessensculptuur (leeg doordat het vol is) (ofwel een holle sculptuur?), bonus: kleur

inpakken: brief, cadeau, doos,… in mindere mate: sculptuur, boek, fles

organisch: maan (= steen)

Een doos ‘een boek’ noemen.

communicatie: brief, cadeau, sokkel,… in mindere mate: sculptuur, boek

met alles combineerbaar: doos, boek,… in mindere mate: sculptuur

Een enveloppe ‘een brief’ noemen.

display: geschenk, sokkel,… in mindere mate: boek

Een fles gevuld met zichzelf, massief? is dit dubbelvol op superleeg.

Een massieve fles.

Als iets in verschillende versies dezelfde kleur heeft, maar één versie heeft een andere kleur, dan komt dit machtig over.